13. De Poortwachter. Yin Xi en wij

De dingen in de wereld zijn allemaal onderling verbonden en met elkaar te vermengen.

Daarom kunnen ze allemaal worden omgezet in iets anders.

Yin Xi de Poortwachter



Wie was Yin Xi eigenlijk?

We kunnen op drie manieren naar hem kijken: letterlijk, figuurlijk en in esoterische betekenis.

Om met het laatste te beginnen: een Poortwachter is een kracht, een energie, is Qi. Deze vormt een verbindende schakel tussen de wereld van de eenheid en de dualiteit. Yin Xi was de belichaming van deze kracht.

Hij was één van de grote geesten die van tijd tot tijd op deze aarde werken om de zoekende mens de weg te wijzen.

Yin Xi – gezien als tijdelijk mens is net als ieder ander – voortgekomen uit Tao.

In zijn microkosmos bevinden zich – evenals in de onze –  de sporen van alle voorafgaande ontwikkelingen die vanuit Tao tot leven zijn gewekt: het Ene, de oerchaos, de Twee en de Drie. Uit de Drie zijn de tienduizend dingen tot leven gewekt, en daar is onze microkosmos er één van.  Yin Xi was zich hiervan bewust, daarom kon hij zeggen:

Ik ben een kleine wereld, en alles is daarin.

.

En dit ‘alles’ is in ons als een trap die het niet-iets verbindt met de tienduizend ‘ietsen’. Gedurende vele eonen zijn wij via deze trap afgedaald en geworden tot de mens die we nu zijn.

Iedere ontwikkeling die van Tao uitgaat is cyclisch. Daarom kan de trap ook omhoog gegaan worden. Maar hiervoor moet een mens bewust kiezen. Doet hij dat, dan keert hij zich om en gaat de weg terug: van de tienduizend dingen, via de Drie, de Twee en het Ene tot in Tao.

Wanneer hij zich omkeert staat hij symbolisch voor een Poort. Yin Xi schreef op een heel toegankelijk manier over wat de leerling-wijze nodig heeft om door de Poort te kunnen gaan, want omkeren houdt in: veranderen. Daarbij is zelfkennis een eerste vereiste. Yin Xi zei tot zijn leerlingen:

.

Je moet je weg zuiveren,

en jezelf leiding geven door acht te slaan op je gedrag

.

Omdat ook wij een kleine wereld zijn waarin alles is, bevindt de Poort zich ook in ons; en ook in ons is dan ook een Poortwachter. Anders gezegd: in ons is een tijdloze kracht werkzaam die de eenheid met de dualiteit verbindt. Dat is de betekenis van Yin Xi in overdrachtelijke zin.

In christelijke tradities wordt deze verbinding ‘de onsterfelijke ziel’ genoemd.

Om door de Poort te kunnen gaan zullen we moeten veranderen, want het openen ervan wordt niet vóór ons gedaan, maar mét ons.

Dit kan alleen wanneer de leerling-wijze een  medewerker wordt van de Poortwachter in hem.

Dit wordt hij wanneer hij leert om een wachter te zetten bij zowel zijn denken en voelen, als bij de handelingen die daaruit voortvloeien.

De kernvraag daarbij is: wat plaatsen wij in het midden: onszelf, of Tao?

In het eerste geval blijft de Poort gesloten; in het tweede geval opent deze zich geleidelijk.

Daarbij is echter voorzichtigheid van onze kant geboden door ons niet met het proces te identificeren. Wanneer dit gebeurt, wordt er opzettelijk iets ‘gewild’, we willen een goede wachter zijn bijvoorbeeld. Maar het paradoxale is dat het ‘doel’ alleen maar bereikt kan worden wanneer het geen opzettelijk doel is. De wil hoort bij onze tijdelijke persoon; zij vormt op de weg een blokkade.

De wil wordt aangestuurd door ons denken. Onze gedachten maken we vaak concreet door er over te spreken.

Op de weg tot in Tao hebben we hier niets aan. Over Tao kan niet gesproken worden; spreken we er over, dan is het Tao niet, zo zegt Lao Zi in het eerste vers van de Daodejing. Yin Xi formuleert dit op zijn eigen manier als volgt:

Ten aanzien van Tao is

praten als het ruisen van een beek,

en gedrag als het fladderen van vleugels



De leerling-wijze heeft niets aan praten over de weg, want Tao behoort niet tot de duale natuur. Woorden over Tao zijn niet alleen ontoereikend, maar vormen zelfs blokkades op de weg. Wie spreekt over Tao  is als iemand die stil blijft staan bij het ruisen van een beek zonder op zoek te gaan naar de bronervan.

De leerling-wijze heeft acht te slaan op zijn gedrag, zo zei Yin Xi. Daarmee bedoelt hij niet gedrag dat ons aangeleerd is, want dat behoort tot de tijdelijke natuur. Het is net zo wisselvallig als het fladderen van vogelvleugels.

Yin Xi bedoelt dat wanneer de leerling-wijze zichzelf niet centraal stelt, hij zich – als vanzelf –  openstelt voor de oorspronkelijke natuur. Hierdoor verandert zijn gedrag onopzettelijk.

De kracht die uit het tijdloze voortvloeit, uit zich in de leerling-wijze als een niet aan de persoon gebonden, belangeloze liefde voor al het bestaande. Vandaaruit leert hij minder te oordelen; om ieder mens en elke situatie neutraal onder ogen te zien. Deze liefde en het gedrag dat daaruit voortkomt, zijn niet aan tijd of cultuur gebonden.

In het vervolg van zijn tekst wijst Yin Xi zijn leerlingen op de maar al te menselijk neiging: om een studie te maken van wat onze belangstelling heeft: Hij waarschuwt hen om dit niet te doen waar het Tao betreft:

Ten aanzien van Tao

Is studie als een poging om schaduwen te vangen.

en kennis als een droom in de nacht.

.

Voor wie hunkert naar de eenheid is het belangrijk om een wachter te zetten bij zijn denken. Over Tao kan niet gedacht worden, laat staan dat er een studie van gemaakt kan worden. Dit kan alleen over de vele objecten van deze wereld.

Maar Tao is geen object; is nooit ontstaan en zal ook nooit verdwijnen.

Voor ons is Tao als in het verborgene. Iedere poging om Tao te vangen in concepten en ideeën is als proberen om onze schaduw te pakken te krijgen. Er bestaat dan ook geen ‘tao-logie’, geen kennis over Tao die onderwezen kan worden. Op deze manier kan Tao nooit gevonden worden. Dit alles blijft aan de buitenkant en is gericht op deze wereld. Het is als een droom in de nacht die bij het ontwaken vervluchtigt als een illusie.

De leerling-wijze die een wachter zet bij zijn denken, voelen en handelen, ontwaakt langzaamaan. Hij kijkt vol verbazing naar een wereld die hem tot dan toe zo bekend toescheen, maar nu in een heel ander perspectief staat.

Wanneer hij erin slaagt om wakker te blijven, komt hij uiteindelijk voor zijn innerlijke Poortwachter te staan.

Deze ‘ziet’ zijn helper aan.

Dan is het alsof de leerling-wijze de vraag hoort of hij bereid is om:

Zich steeds opnieuw om te keren?

Zich tot Tao in het midden te wenden?

Zichzelf te zuiveren?

Zich te ontdoen van zijn illusies?

Alleen dan kan de Poort geopend worden.

Maar op welke manier vindt dit plaats?

En wat vraagt dit van de leerling-wijze, van ons dus?

Hierover in de volgende blog meer.

  6 Replies to “13. De Poortwachter. Yin Xi en wij”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *