15. DE POORTWACHTER. DE WEG VAN DE WACHTTOREN

Yin Xi de Poortwachter was één van de grote wijzen die van tijd tot tijd vanuit de Eenheid hier op aarde neerdalen om de mens op Weg te helpen. Hun geboorte vindt vaak plaats onder bijzondere omstandigheden. Over die van Yin Xi is het volgende bekend:

Op een hete middag ging zijn moeder wat rusten.

Zij kreeg een heldere droom. Daarin zag ze hoe uit de voorkosmische wereld paarsrode wolken op aarde neerdaalden. Deze omringden haar en stroomden in haar lichaam.

Enige tijd later bemerkte zij dat er een kind in haar groeide.

Op het moment dat Yin Xi geboren werd, verrees uit de dorre grond naast zijn huis een prachtige bloem met heldere kleuren en een stralende glans die geen mens ooit had gezien.

In oude kronieken wordt over Yin Xi gezegd dat hij al vanaf zijn vroege jeugd een heldere en verlichte geest had. Hij bezat het vermogen om de essentie van de innerlijke bloem te doorschouwen, én daarnaar te leven.

Daarnaast maakte hij een studie van de innerlijke alchemie. Yin Xi wordt in de oude boeken tot één van de onsterfelijken gerekend.

Hij was zich bewust op welke manier de kracht van Tao in zowel het universum als hier op de aarde alles doordringt en voedt. Zijn leven stond in dienst van deze niet aan tijd gebonden kracht.

De arbeid van dergelijke grote Wijzen overstijgt steeds vele eeuwen; zij reikt ook tot in onze tijd, en verder nog, tot in onbekende verten waar de tijd opgehouden is te bestaan en alleen nog eenheid is.

In zijn dagelijks leven was Yin Xi als astronoom in dienst van de toenmalige vorst. Hij woonde in een toren hoog in de bergen, in het grensgebied van China.

Onderaan de toren was een hoge muur met daarin een poort. Deze was gewoonlijk gesloten. Reizigers die de grens over wilden steken, konden dit alleen doen met toestemming van Yin Xi.

Yin Xi was een Poortwachter.

Terwijl hij zich openstelde voor de kracht van Tao straalde deze dóór hem uit in de wereld. Hierdoor werden mensen uit de omgeving aangetrokken. Zij voegden zich bij Yin Xi in de toren en er ontstond een taoïstische gemeenschap. Deze stond bekend als:

‘De Weg van de Wachttoren’

Yin Xi maakte zijn leerlingen bewust in welke verhouding de mens staat tot Tao. Om te beginnen hield hij hen het volgende voor:

Onze persoon vormt niet ons werkelijke thuis.

.

Hoewel hij geen naam noemt verwijst Yin Xi naar het onnoembare dat de ware natuur van al het bestaande is. Deze wordt vaak vergeleken met een bloem, een bron, of juweel, of een godsvonk of oeratoom.

Wij tijdelijke mensen hebben een tijdelijke natuur, terwijl de ware natuur in ons midden verborgen ligt. Ons lichaam, samen met ons denken, voelen, bewustzijn en energie, vormt als het ware een matglazen bol om deze natuur. De taoïsten noemen dit geheel ‘een microkosmos’.

In deze kleine wereld leven wij en wij ervaren het doorgaans als ons eigen huis. We zorgen er goed voor opdat alles daarin zo veel mogelijk naar wens verloopt; onze persoonlijke wens wel te verstaan.

Onze natuur is sterk op zichzelf en de eigen behoeften gericht.

Maar dat is die van anderen ook. Ieder vindt de eigen meningen, gevoelens of spirituele overtuigingen het meest waardevol. Vaak verdedigen we ze met vurige argumenten tegenover hen die het niet met ons eens zijn.

Yin Xi hield zijn leerlingen voor:

Tao is niet menselijk.

Daarom zegt de wijze mens nooit:

‘Hier is Tao wel, en dáár is Tao niet.

.

Wij mensen zijn ‘iets’; één van de tijdelijke, tienduizend ‘ietsen’.

Tao is ‘niet-iets’; is alomtegenwoordig.

De leerling-wijze op de Weg leert de bol te zuiveren.

Dit begint met het leren inzien dat we onbewust de tienduizend dingen verdelen in twee elkaar uitsluitende tegengestelden. Met één ervan identificeren we ons, en het andere verwerpen we.

Hierdoor dwarrelen wolken stof op die de Tao natuur in het midden bedekken.

Door onze menselijke natuur raakt Tao buiten beeld.

Dit kan zover gaan dat we ons ‘zijn’ – samen met deze wereld – de enige werkelijkheid noemen.

Tao – het niet-zijn – wordt dan gerekend tot iets dat eenvoudigweg niet bestaat.

Het spreekt vanzelf dat we daarbij van onszelf uitgaan. Yin Xi waarschuwde zijn leerlingen in de Wachttoren:

Tao is een weg zonder ik.

.

Wie zich tot Tao – het ‘niet-zijn’ – wil richten, kan dit alleen door het eigen ‘zijn’ te veranderen. Dit houdt in dat we ons omkeren: van op onszelf gericht zijn, naar het mysterie in het midden.

Yin Xi hield zijn leerlingen voor om alles wat zich in hun leven voordeed zonder oordeel te volgen. Hij vergeleek dit met een waterloop die zich op verschillende manieren een weg naar beneden zoekt. Hij maande zijn leerlingen om het water vanuit aanvaarding te volgen, zonder te denken dat het op een andere plaats beter zou zijn, want alle dingen kunnen niet anders dan hun eigen weg volgen.

De tienduizend dingen zijn aan elkaar gelijk: ze hebben allemaal twee kanten die tijdelijk zijn, maar in alles ligt het tijdloos midden besloten. De leerling-wijze leert om alles waar te nemen zonder te oordelen of te strijden. Daarbij richt hij zich vanuit zijn tijdelijk ‘zijn’ op het alomtegenwoordig ‘niet-zijn’.

Maar hij doet dit – om niet – zonder welke beloning dan ook te verlangen. De weg tot Tao is zonder ‘ik’.

,

Als hulpmiddel bij de dagelijkse gang op de Weg tot Tao dienden van oudsher bepaalde teksten. Deze werden eeuwenlang uitsluitend binnen de taoïstische kloostergemeenschappen in China gebruikt. Men ging ervan uit dat het gaan van de Weg alleen binnen deze gemeenschappen gegaan kon worden.

Hierin is de laatste jaren verandering gekomen. Er ontstond inzicht dat de Weg ook gegaan kan worden door hen die midden in de wereld staan.

Ook zij hebben daarbij behoefte aan steun.

Daarom werden door de kloosters sommige oude teksten vrij ter beschikking gesteld.

Een nieuwe fase is aangebroken: op de oude boom komt een jonge bloem tot leven.

Tot slot enkele zinnen uit één van deze teksten:

Behoud niet-zijn.

Bewaak zijn.

  3 Replies to “15. DE POORTWACHTER. DE WEG VAN DE WACHTTOREN”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *