19. De Poortwachter – De dubbele koers

De vorige blog eindigde met de vraag hoe we tot Tao kunnen komen terwijl we tegelijkertijd in deze natuur leven.

Yin Xi geeft het antwoord:

Tao wordt bereikt op grond van ‘niet’

.

Dit stelt ons misschien teleur,  ‘nu weten we nog niets’. Maar zijn antwoord blijkt zowel eenvoudig als hoopvol.

Wij zijn ‘iets’. Maar het ‘niets’ van Tao rust als een lichtvonk in ons hart.

We komen tot Tao door ons daarvoor open te stellen, zonder enig voorbehoud – om niet – .

Dit stelt de leerling-wijze voor het gegeven dat de lichtvonk bedekt wordt als door vele sluiers.

Deze worden gevormd door de eigenschappen van onze persoon, ons ‘ik’. Wanneer alle sluiers  zijn weggeschoven, opent zich de Poort naar het niet.

Maar het probleem is dat wij zélf de sluiers, zijn. We kunnen ze niet zelf weghalen want dan zouden we onszelf teniet doen.

Het grote mysterie is dat het weghalen voor ons wordt gedaan door de kracht die van de lichtvonk uitgaat. Maar hierbij is onze medewerking onmisbaar. Dit wordt genoemd: ‘Het doen van het niet-doen’. De leerling-wijze gaat leren wat dit in de praktijk inhoudt.

.

Tao is zonder ‘ik’

Yin Xi de Poortwachter

.

Omdat Tao zonder ‘ik’ is, kan ons ‘ik’ niet in Tao komen.

Om tot Tao te komen zal onze tijdelijke natuur omgezet dienen te worden in de tijdloze Natuur.

In de afbeelding hiernaast stelt het donker de tijdelijke natuur voor en de negen gouden bladeren de oorspronkelijke natuur. Midden tussen Yin en Yang is het onzichtbaar ‘niets’.

Het omzetten van de tijdelijke natuur in de tijdloze natuur is een langdurig proces. Het begint met het reinigen van onze persoon, zowel naar ons lichaam, onze emoties, als naar onze begeerten en gedachten.

De leerling-wijze krijgt echter ook te maken met het gegeven dat er in hem een groot verlangen is naar iets dat hij moeilijk kan benoemen en dat uitstijgt boven zijn gewone verlangens. Vaak wordt dit door zijn persoon ingevuld, bijvoorbeeld als een hunkering naar verlichting; bevrijd worden van het wiel van geboorte en dood;  diepe eeuwige vrede; of een hemels bestaan.

Maar hoe mooi en verheven deze verlangens ook zijn, toch komen ze voort uit onze persoon. Ze vormen vaak een sterke drijfveer om de Weg te gaan.

Dit niet te benoemen verlangen daarentegen is de werking van de kracht van het ‘niets’ in ons hart.

Daarmee identificeren we ons, vaak zonder dit te beseffen. Hierdoor wordt een ‘spiritueel ‘ik’ gevormd. Ook dit aspect van onze tijdelijke natuur zal gereinigd moeten worden.

.

De heilige mens ziet vooruitgaan niet als Tao

Yin Xi de Poortwachter

.

Wij zijn kinderen van twee naturen die beide in ons werkzaam zijn. De energie van de tijdelijke natuur benutten we met het oog op ‘iets’ en dat is vrijwel altijd ons eigen belang. Dit wordt in het taoïsme als ‘vooruitgang’ opgevat: we doen de dingen van deze wereld om vooruit te komen.

Maar hoe meer iets vooruit gaat, hoe verder het zich van Tao verwijdert.

Verder van Tao houdt in meer ‘iets’ en minder ‘niet-iets’.

Een taoïstische monnik in het moderne China merkte hierover het volgende op:

‘Op de weg tot Tao wordt tijdelijke qi omgezet in tijdloze Qi. Dit vraagt van de mens om álles, maar dan ook álles, achter zich te laten. Dit houdt in: leeg worden ten aanzien van iedere gehechtheid en op ieder niveau. Dit is een proces dat het hele leven duurt’.

De aard van dit leeg worden wordt door Yin Xi  als volgt benoemd:

De heilige mens ziet vooruitgaan niet als Tao, maar zich terugtrekken op grond van niet zijn.

.

.

De andere Natuur is het niet-iets. Het is de kracht die daarvan uitgaat die onze persoon reinigt; wij kunnen dit niet. Toch is dit alleen mogelijk wanneer de leerling-wijze bij alles wat hij doet zich tegelijkertijd richt op de tijdloze Natuur in zijn hart.

Dit wordt in het taoïsme genoemd: ‘Het volgen van de dubbele koers’.

Dit houdt in dat hij een open houding aanneemt ten aanzien van alles wat zich bij hem aandient. Hij ondergaat net als ieder ander pijn en verdriet en hij doet dingen die niet altijd juist zijn. Maar wat het ook is: hij neemt slechts waar, zonder te oordelen.

Oordelen komt voort uit een emotie: ‘Ik ben fout en dat moet ik goedmaken’. Dit is een actie vanuit de energie van deze natuur. Hierdoor is Tao meteen achter een nieuwe sluier verborgen. De leerling-wijze ‘doet’ niet op deze manier.

Het paradoxale is echter dat hij ondertussen heel wat ‘doet’.  Want terwijl hij alles onder ogen ziet wat zich aandient, wendt hij zich keer op keer tot de eeuwige stilte in zijn hart die nooit het rumoer van deze wereld is ingegaan.

.

De Wijze is zich bewust dat het Hart is in het hart.

Yin Xi de Poortwachter

.

Maar is het volgen van de dubbele koers niet wat simpel, of misschien zelfs gewoon egocentrisme met een ‘spiritueel’ sausje? De leerling-wijze kan toch niet volstaan met te zeggen: ‘Ik richt me tot het Hart en dan komt alles vanzelf wel in orde’?

De leerling-wijze neemt echter gezien naar deze natuur volledig zijn verantwoordelijkheid en doet wat nodig is. Maar hij ‘doet’ dit eveneens ten aanzien van de andere Natuur.

Uit het Hart komt dan een niet gepolariseerde energie tot hem: als een stilte die niet in haar tegendeel kan verkeren. De persoonlijke begeerten, ideeën en handelingen van de leerling-wijze komen hierdoor in een ander perspectief te staan. Zijn persoon staat minder centraal waardoor hij milder wordt ten aanzien van de tienduizend dingen met hun goed en kwaad.

Er is echter één belangrijke voorwaarde en die is dat de leerling-wijze de dubbele koers volgt zonder ergens op uit te zijn, ook niet naar ‘hogere’ verlangens.

Alleen dan vindt er door de kracht in het hart in hem een intense reiniging plaats.

.

Vers 48 van de Daodejing zegt hierover:

.

Als men zich op leren toelegt,

is er dagelijks vermeerdering.

Als men zich op Dao toelegt,

is er dagelijks vermindering.

Vermindering en nog eens vermindering

tot niet-doen wordt bereikt.

Zij die aan hun studie werken

worden van dag tot dag groter;

Zij die de Tao gehoord hebben

worden van dag tot dag kleiner.

Ze worden kleiner en kleiner,

tot ze op het punt komen waar ze niets doen.

Wanneer niet doen wordt gedaan,

blijft niets ongedaan.

Zij doen niets

en toch is er niets dat niet gedaan wordt.

René Ransdorp

Robert G. Henricks

  One Reply to “19. De Poortwachter – De dubbele koers”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *