CORONA en TAO

CHINEES GEDICHT ivm CORONA VIRUS

Wanneer het menselijk hart opgelucht is, zijn gemoedsrust vindt

Wanneer het menselijke hart hekken en controleposten afbreekt

Wanneer de leerling zijn hart opent en het boek omdraait

Kijkt het in de verte en richt zich naar de zuidelijke berg

Dit gedicht circuleert momenteel via sociale media in China. Het is geschreven naar aanleiding van de grote onrust die het coronavirus veroorzaakt. De naam van de schrijver is niet bekend. De inhoud is voor ons misschien niet meteen te begrijpen, want er wordt naar specifiek Chinese begrippen verwezen.

Toch betekent dit niet dat het ons niets te zeggen zou hebben. Het gedicht heeft een sterk taoïstische basis, die niet aan tijd en cultuur gebonden is. We zullen het regel voor regel bespreken. het begint met:

Wanneer het menselijke hart opgelucht is, zijn gemoedsrust vindt

De auteur heeft oog voor de onrust die dit virus veroorzaakt in de harten van de mensen.

Zeker nu het zich wereldwijd verspreid heeft, grijpt dit ook bij ons in het westen diep aan. Het brengt massaal grote zorg en diepe angst met zich mee, dit brengt ons uit balans.

De auteur is echter duidelijk van mening dat er een mogelijkheid bestaat dat een mens zijn gemoedsrust terug vindt.

Wanneer het menselijke hart hekken en controleposten afbreekt

Het is een heel natuurlijke reactie om ons bij groot gevaar en onzekerheid af te schermen van de buitenwereld. Een mens doet dit door hekken en versperringen om zijn hart en huis te plaatsen. Zo probeert hij op allerlei manieren om controle over de situatie te krijgen. Maar daarmee zet hij in feite zichzelf gevangen in de benauwenis van zijn eigen angst. Dit gedicht wil de lezer wijzen op de mogelijkheid van een totaal andere houding: het in zichzelf afbreken van hekken, versperringen en controleposten.

Dit is echter bepaald niet eenvoudig, want deze zijn voortgekomen uit de meest basale kracht in onszelf: de onbewuste drang tot zelfbehoud. Deze drang wordt momenteel wereldwijd geactiveerd en zou ons zomaar kunnen overspoelen.

In de volgende regels van dit gedicht wordt verwezen naar een totaal andere houding ten opzichte van dreiging en angst, naar een manier van leven die niets te maken heeft met de drang tot zelfbehoud.

Wanneer de leerling zijn hart opent en het boek omdraait

Een mens die bezig is te leren om zijn hart vrij te maken is een leerling van de universele wijsheid.

Hij draait zijn focus om: vanuit gericht zijn op tijdelijke zichzelf, naar gericht zijn op het altijd zijnde Tao. Daardoor leert hij om zijn leven, de wereld, en zijn medemensen vanuit een totaal ander perspectief te zien.

We kunnen ons leven zien als een boek dat op een lange strook papier is geschreven.

Op de bovenkant staat ons leven beschreven zoals zich dit afspeelt in de wereld van de ‘ietsen’, de ‘tienduizend dingen’. Daaronder valt zowel alles wat we doen en waarvan we ons bewust zijn, als ook ons vele handelen dat voortkomt uit ons onbewuste. Op de bovenkant van ons levensboek staat alles beschreven dat tot de tijdelijke wereld behoort.

Kijkt het in de verte en richt zich naar de zuidelijke berg

Een mens die zijn focus omdraait, krijgt oog voor wat er aan de onderzijde van zijn levensboek is ‘geschreven’. Daar openbaart zich in symbolische taal de kracht en de werking van de tijdloze, essentiële natuur: de niet aan tijd en ruimte gebonden natuur van Tao. Deze natuur staat niet los van ons, want Tao is alomtegenwoordig. Deze ‘natuur’ ligt als een vonk van een groot en onsterfelijk vuur in ons hart en doorstraalt ons gehele wezen.

In het taoïsme wordt dit genoemd: zich richten naar de zuidelijke berg. Met ‘zuidelijke berg’ wordt een van de vijf heilige bergen van China bedoeld. Deze berg, de Heng-shan, ligt in het zuiden van China, in de provincie Hunan.

Het zuiden wordt gezien als een belangrijke richting omdat de keizers in het oude China altijd met hun gezicht naar het zuiden zaten, in de richting van de zon. Zij werden gezien als afgezanten van ‘de hemel’, van Tao in feite. In vroegere tijden gingen taoïstische monniken naar de zuidelijke berg teneinde door diepe stilte een onsterfelijke te worden.

Toch is de ‘zuidelijke berg’ geen symbool van de onsterfelijkheid van onze persoon, want deze is en blijft aan tijd gebonden, dus sterfelijk. De zuidelijke berg is een metafoor voor de onsterfelijke natuur in ons. Daarvan gaan rust en stilte uit, want in Tao is geen dualiteit, alleen onveranderlijke eenheid.

Wie uitsluitend op zijn tijdelijke natuur is gericht, ‘leest’ alleen wat er aan de bovenzijde van zijn levensboek is geschreven. Voor wie zich echter langzaamaan bewust wordt van de Tao-natuur in hem, wordt het ‘papier’ als het ware transparant. De tijdloze natuur schemert dwars door de tijdelijke natuur heen. Daar gaat een kracht van uit, en deze ademen we in.

Dit betekent natuurlijk niet dat de ‘Tao-natuur’ onze angsten en zorgen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Maar de stille werking die ervan uitgaat maakt dat we, stap voor stap, minder op ons zelfbehoud gefocust zijn.

In een taoïstisch geschrift uit de 2e eeuw voor onze jaartelling wordt kernachtig onder woorden gebracht in welk ingrijpend proces we dan opgenomen zijn:

Door met wat niet verandert te reageren op de veranderingen, zijn tienduizend transformaties mogelijk, zonder dat het begin van het einde daarvan zelfs maar in zicht komt.

Post navigation

  15 Replies to “CORONA en TAO”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *