12. DE POORTWACHTER. DE BRUG

Hoewel een bij klein is kan zij over de hele wereld vliegen.

Hoewel een vis klein is, kan hij door alle wereldzeeën zwemmen.

Maar hun natuur blijft altijd tot de aarde behoren.

Ook de mens heeft een aardse natuur.

Maar hem is het gegeven om deze te veranderen.

Yin Xi de Poortwachter

.

Met deze uitspraak doelt Yin Xi op het gegeven dat wij kunnen veranderen van een tijdelijk – stoffelijk mens, in een tijdloos – geestelijk Mens.

Dit is mogelijk omdat – zoals Yin Xi het formuleert:  

Ik ben een kleine wereld, en alles is daar in’.

Hij zegt dus niet dat alles in mij als tijdelijke persoon is, maar dat alles in de kleine wereld is waarvan wij deel uitmaken. Met ‘alles bedoelt hij dat de kern van iedere ontwikkeling die van Tao uitgaat, zich in de microkosmos bevindt.

En daarvan gaat een kracht uit, als een waterstroom die zich onophoudelijk op aarde uitstort om haar te bevruchten, waarbij wij die aarde zijn.

In de oerchaos (die binnen het Ene is) ligt als een belofte de kiem van de Mens zoals wij ten diepste zijn bedoeld. Wil deze zich in heel zijn volheid kunnen ontplooien, dan is onze medewerking noodzakelijk.

Het veranderen van een tijdelijk mens in een tijdloos Mens behoort echter niet tot onze gewone, automatisch verlopende ontwikkeling, want we moeten er bewust voor kiezen.

We worden ook geen tijdloos mens door onze persoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen, of de diepten van ons bewustzijn te onderzoeken. Want – hoe mooi en waardevol deze ook zijn – dit behoort tot het domein van de tijdelijke natuur.

.

Het veranderen van onze aardse natuur in een onsterfelijke natuur is een proces dat terug voert, van het vele tot het Ene.

De dynamiek van het gewone leven is: vooruitgaan; die van Tao is teruggaan. Maar bij elkaar vormen zij één weg.

De teruggaande weg is echter verborgen, zoals Tao in het verborgene is, hoewel deze weg in alle tijden bekend was. Omdat er een weg héén was, is er ook een weg terug. Omdat alle voorgaande  ontwikkelingen zich in onze microkosmos bevinden, ligt de weg tot Tao niet buiten ons, maar in ons.

Op de heenweg vond een ontwikkeling plaats die ons gemaakt heeft tot de mens die we nu zijn. We hebben een persoonlijk bewustzijn, en zijn in staat om zelfstandig beslissingen te nemen.


Wanneer een zoeker naar Tao kiest voor de weg terug, staat hij als het ware voor een brug die de twee naturen met elkaar verbindt. Toch kan men deze brug niet zonder meer oversteken, want de toegang is afgesloten met een Poort.

Dit is omwille van onze veiligheid, want de Qi in onze natuur heeft een veel lagere vibratie dan die van de Oorspronkelijke Natuur. Het oversteken van de brug is een weg waarop energie van lage vibratie geleidelijk aan wordt verhoogd.

Yin Xi was de Wachter van deze Poort. Hij bood de zoekers naar Tao inzicht in datgeen dat nodig is om door de Poort te kunnen gaan, en begeleidde hen daar ook bij.

Wie de weg terug gaat, merkt dat de tijdelijke wereld gaandeweg steeds minder betekenis voor hem krijgt.

Dit kan er zelfs toe leiden dat hij de twee naturen verdeelt in ‘goed’ (de tijdloze natuur) en ‘kwaad’ (de tijdelijke natuur). Dan heeft hij er twee elkaar uitsluitende dingen van gemaakt en is hij verder weg geraakt van de eenheid.

Yin Xi waarschuwt:

Het is eenvoudig om iets weg te gooien dat overeenkomstig Tao is.



Twee wijzen op de weg

Het taoïsme kent geen zondeval. Alles hier heeft twee kanten. Omdat er ‘goed’ is, bestaat tegelijk het ‘kwaad’. Maar geen van beide hebben absolute waarde omdat ze altijd weer in hun tegendeel verkeren. Dat houdt in dat de wereld noch goed, noch kwaad is, zij is beide.

Wanneer een mens de keuze maakt om de weg terug te gaan, houdt dit in dat hij zich openstelt voor de tijdloze natuur, terwijl hij midden in deze wereld leeft. Hierdoor stroomt de kracht die van de tijdloze natuur uitgaat als vanzelf in hem, want deze is alomtegenwoordig. Hierdoor komt hij ook anders tegenover deze wereld te staan.

Yin Xi maakt duidelijk:

De wijze behandelt de dingen niet op basis van het subjectieve goed of fout.


Dit houdt in dat de wijze, of de leerling-wijze in ons geval, neutraal in het leven staat. Dit houdt echter niet in dat hij onverschillig staat tegenover vreugde of verdriet. Hij is en blijft een mens, en wordt dan ook geraakt door emoties, hij heeft een mening, en kent voorkeur en afkeer. Het punt is echter dat hij leert om daar anders mee om te gaan.

Zijn focus verschuift langzaamaan van de benauwde cirkel van zijn eigen persoon, naar de oneindige ruimte van zijn oorspronkelijke natuur. Hierdoor raken de dingen hem wel, maar ze brengen hem minder uit zijn evenwicht.

Hij leert om mee te gaan met de stroom van het leven, en te aanvaarden wat er op zijn weg komt. Terwijl hij toch, net als ieder ander ergens van kan genieten, of pijn ervaren.

Hij leert onderscheid te maken, maar zonder te scheiden.

Deze wereld heeft zijn eigen aard en daar kan en mag niet aan voorbij worden gegaan. Maar de oorspronkelijke natuur die hem over de brug tegemoet komt, heeft ook zijn eigen aard. Beide vragen iets anders van hem. Maar nooit staan ze los van elkaar, want alles is in Tao.

Het spreekt voor zich dat het gaan van de weg een langdurig proces inhoudt. Maar op die weg stroomt vanuit de oorspronkelijke natuur een kracht in de leerling-wijze die hem zuivert. Hierdoor leert hij in liefdevolle aanvaarding tegenover de dingen te staan.

Yin Xi zegt hierover:

De wijze begrijpt de dingen altijd naar hun wezenlijke kwaliteit.

En soms op de basis van hun verschijningsvorm

  4 Replies to “12. DE POORTWACHTER. DE BRUG”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *