DE POORTWACHTER 14. DE VERBORGEN SLEUTEL

De wijze is zich ervan bewust dat zijn ‘ik’ niet de wortel is
Yin Xi de Poortwachter.


De vorige blog eindigde met de vraag op welke manier de onzichtbare Poort in ons geopend kan worden, en wat dit van ons vraagt. Om hier enig idee van te krijgen helpt de symboliek van een zichtbare poort, met name die van de legendarische Gele Keizer in het oude China.

De Gele Keizer (2717-2599 v.o.j.) werd gezien als de zoon des hemels. De poort die toegang gaf tot zijn paleis drukte deze bijzondere status uit. Deze poort bestaat uit twee deuren, waarmee de dualiteit wordt weergegeven.

Iedere deur is versierd met rijen van negen knoppen. Negen wordt gezien als het getal van de keizer, omdat de hemel uit negen volmaakte sferen bestaat. Negen is een bijzonder getal, want ongeacht met welk andere getal het wordt vermenigvuldigd, de som ervan blijft altijd negen.

Iedere deur heeft negen rijen van negen knoppen, bij elkaar dus eenentachtig knoppen. Eenentachtig is het getal van opperste volmaaktheid ofwel de oorspronkelijke natuur. De twee deuren maken duidelijk dat degene die deze poort door wil gaan, de dualiteit zal hebben te transformeren tot de Eenheid.

Dit is een weg van minder worden, ofwel wu wei


We vragen ons misschien af waarom er in het taoïsme steeds wordt gesproken over ‘minder’ worden. Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer wij als tijdelijke mens minder worden, de tijdloze Mens in ons meer kan worden.

Om dit duidelijk te maken helpt de bekende uitspraak van de beeldhouwer Michelangelo dat in ieder blok steen een beeld verborgen ligt, en dat de beeldhouwer dit alleen hoeft te ontdekken. Zo is het ook met ons, ook in ons ligt een beeld verborgen. Om dit duidelijk te maken gaan we terug naar het begin, naar het Ene.

In het Ene bevindt zich de zogenoemde oerchaos (zie blog 8) Om Tao in het midden circuleren pakketjes oer-energie, dat is energie zonder vorm. In elk pakketje bevindt zich een oerbeeld, een soort blauwdruk van hoe het is bedoeld. Er zijn oerbeelden van alles wat bestaat, dus ook van de mens die wij in diepste wezen zijn.

De oerbeelden maken diverse ontwikkelingen door. In de taoïstische scheppingsmythe kort aangeduid als: van Een naar Twee, naar Drie, naar de tienduizend dingen in ons universum. Daarin krijgen de energieconcentraties geleidelijk aan een vorm.

We zouden ons voor kunnen stellen dat al die ontwikkelingen als het ware laagjes om het oerbeeld heen hebben gevormd totdat het uiteindelijk in de wereld van de grove materie als door een dikke laag steen aan het oog werd onttrokken.

Op dit punt bevindt de leerling-wijze zich.

Hij staat voor de opgave om een beeldhouwer te worden. De ervaringen die hij opdeed in voorgaande levens vormen zijn gereedschap. Maar hier heeft hij zorgvuldig mee om te gaan. Yin Xi waarschuwt:

De wijze beseftdat de dingen niet aan hemzelf toebehoren.

.

Toch is het maar al te vaak omgekeerd: wij beschouwen de dingen alsof ze van ons zijn. We handelen alsof het ons vrij staat ermee te doen wat ons het beste uitkomt. Uitgangspunt daarbij is ons persoonlijk belang. Vooral in onze westerse cultuur staat het zich ontwikkelen tot een unieke persoonlijkheid in hoog aanzien.

We zijn dan als een beeldhouwer die de buitenkant van de steen naar eigen smaak een aardige vorm wil geven. Om zijn doel te bereiken beschildert hij de steen zelfs, net zolang tot er een beeld ontstaat waarmee hij zich kan identificeren.

Maar hierdoor raakt het oerbeeld nog verder weg.

Om het beeld te ‘bevrijden’ uit de steen moet de beeldhouwer er dan ook niet van alles aan toevoegen, maar er juist zoveel als nodig is vanaf halen.


En dat zijn alle gedachten, gevoelens en handelingen die tussen ons en het oerbeeld in staan.

Yin Xi merkt op:

De wijze beseft dat alle bedenksels en opvattingen tot zijn persoonlijk zijn behoren

.

Tussen de leerling-wijze die in de dualiteit leeft, en het oerbeeld dat tot de Eenheid behoort, bevindt zich een innerlijke Poort. De leerling-wijze kan zich geen voorstelling van dit oerbeeld maken want het behoort niet tot de tienduizend dingen.

Wanneer hij zomaar op goed geluk wat steen weg zou beitelen loopt hij dan ook het risico dat hij er een karikatuur van maakt. In feite kan hij in deze situatie helemaal niet handelend optreden, want wanneer hij dit doet vanuit zijn duale natuur, verkeert alles wat daaruit voortkomt tot zijn tegendeel.

Wanneer hij zich hiervan bewust wordt, staat hem maar één ding te doen: zich tot Tao in het Midden keren. Dat is wu wei, ofwel egoloos handelen.

Wanneer hij hierin – zonder enige verwachting –  volhardt, voltrekt zich iets buitengewoons; het wordt voor hem gedaan. De hand met de beitel wordt geleid om voorzichtig en stukje bij beetje, het oerbeeld dat in de steen verborgen ligt vrij te maken.

Dat wat weggehakt wordt is ons ik-gericht zijn met zijn vele begeerten.

Maar wordt dit dan zomaar weggegooid zullen we ons afvragen. Zijn we dan niet meer dan oud afval?

Dit is onmogelijk, want de weg verwerpt niets of niemand. De kracht die ervan uitgaat transformeert alles, maar op een manier die ons voorstellingsvermogen verre te boven gaat.

Materie is gestolde energie, en energie – of Qi – is tijdloos. Wanneer wij de vorm vrijwillig loslaten, wordt de Qi getransformeerd. De brokken steen, het gruis en het schaafsel die van het beeld afkwamen, transformeren: van energie met vorm, tot energie zonder vorm. En het grote wonder van liefde vormt het tot een onzichtbare sleutel. Hiermee wordt de verborgen Poort geopend. De twee deuren gaan open en bieden zicht op het Midden.

Van daaruit ‘ziet’ de leerling-wijze vele trappen die naar een drievoudige Tempel voeren.

Over de betekenis ervan in de volgende blog meer.

Yin Xi zei:

Daarom beschouwt de wijze de dingen zowel

als geboren in deze natuur,

als ook behorend

tot de oorspronkelijke natuur.

  One Reply to “DE POORTWACHTER 14. DE VERBORGEN SLEUTEL”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *