DE POORTWACHTER – 6 – HET LEVEN OVERSTIJGEN

Mensen willen graag zowel dood als leven overstijgen.

Dat is een grote ziekte.

Yin Xi de Poortwachter


Met deze uitspraak richtte Yin Xi de Poortwachter zich tweeëneenhalf duizend jaar geleden tot zijn leerlingen. Deze lessen noteerde hij in zijn boek de Yin Xi Jing. Daarin wijdt hij ook een paragraaf aan het thema ‘leven en dood’.

Wij mensen hebben doorgaans angst voor de dood; we zijn bang voor het onbekende.  Bijna iedereen heeft er wel een bepaalde gedachte over. Dat was in de tijd van Yin Xi al niet anders, zoals blijkt uit wat hij zijn leerlingen voorhoudt:

Er wordt heel verschillend gedacht over leven en dood.

Er zijn er die zeggen: ‘Het leven gaat gewoon verder na de dood’.

Anderen zeggen: ‘Er is niets na de dood’.

Sommigen zeggen: ‘Misschien is er iets na de dood; misschien ook niet’.

Er zijn er ook die zeggen: ‘De dood moet gevreesd worden’.

Daarentegen zijn er die zeggen: ‘De dood moet gevierd worden’.

Of ze zeggen: ‘De dood is een andere vorm van lijden’.

Ook wordt gezegd: ‘Op de dood moet je gewoon vertrouwen’.En tenslotte zijn er die zeggen: ‘De dood moet worden overstegen’.

Yin Xi noemt acht verschillende meningen over de dood. De eerste zeven zien de dood als iets dat wel of dat niet bestaat. De achtste daarentegen is van mening dat de dood iets is dat moet worden overstegen. De uitspraak van Yin Xi aan het begin van deze blog geeft aan wat hij hiervan vindt. Maar eerst houdt hij zijn leerlingen het volgende voor:



Mensen sterven, staand, zittend of liggend,

door ziekte of door medicijnen.

Maar op welke manier dan ook, de dood blijft hetzelfde:

de mens wordt hard en koud. Er bestaat geen edele of mooie dood.

Dit is nogal een confronterende uitspraak: we gaan allemaal dood, punt. Yin Xi negeert alle aannames die we hebben over de dood. Ook zegt hij niets troostends of iets waar een zoeker naar Tao zich aan op kan trekken.

Misschien vinden we een dergelijke uitspraak niet passend voor een spiritueel leraar. Of we hebben het idee dat deze onder alle omstandigheden mild, begripvol en bemoedigend moet zijn.

Op de Weg in Tao worden we geconfronteerd met alles in ons dat de Weg blokkeert. Dat geldt ook voor allerlei meningen die zich in ons vast hebben gezet, zoals in dit geval aannames over de betekenis van een eventueel leven na de dood.

De zoeker naar Tao leert te onderzoeken wat zijn blokkades inhouden, en daarna leert hij hoe ze opgeruimd kunnen worden. Pas daarna ligt de weg vrij om er een volgende stap op te zetten. Een spirituele leraar helpt daarbij door zijn leerling te confronteren, en dat doet hij door duidelijk te zijn, ook al vindt zijn leerling dit soms schokkend. Maar de leraar handelt altijd vanuit mededogen.


Yin Xi zei:

Mensen verafschuwen de dood,

en vaak ook het leven.

Daarom willen ze graag zowel dood als leven overstijgen.

Dat is een grote ziekte.

Hij roept eigenlijk op om onszelf de vraag te stellen: waarom wil ik leven en dood overstijgen? Waarom wil ik de weg tot Tao gaan?

Ieder mens gaat allereerst de Weg vanuit een diep en oprecht verlangen: een hunkering naar volkomen eenheid, absolute vrede, of onveranderlijke liefde.

Yin Xi heeft het hier over zoekers naar Tao bij wie naast hun oprechte verlangen, ook andere factoren meespelen om de Weg te willen gaan. Deze zijn vaak onbewust en daarom lastig te herkennen.

Het leven, met zijn strijd, ziekte, pijn en vaak diep verdriet, kan een mens wel eens te veel worden. Ze kunnen aanleiding zijn om de zwaarte van het leven te willen overstijgen door de Weg te gaan.

Het kan ook zijn dat iemand ernstige problemen met zichzelf heeft, en hoopt dat deze op de Weg naar de achtergrond verdwijnen.

Of er is een stille hoop dat het gaan van de Weg zal leiden tot bevrijding van het wiel van geboorte en dood, zodat het vaak zo moeilijke bestaan nooit meer ondergaan hoeft te worden.

Ook komt het voor dat gedacht wordt dat nare ziekten geen vat hebben op degene die de spirituele weg gaat, zodat er dus minder lijden zal zijn.

In al deze voorbeelden staan persoonlijke motieven centraal. Van daaruit wordt op een bepaald resultaat gehoopt, zoals bijvoorbeeld verlicht willen worden, bevrijd, of onsterfelijk.

Maar hoe begrijpelijk ook: bij het gaan van de Weg vormen ze struikelblokken.

Om die reden noemt Yin Xi ze ‘een ziekte’. Hij licht dit als volgt toe:

Wie verlangt naar transcendentie

omdat hij het leven verafschuwt

is niet anders dan iemand die verbonden is met demonen.

Hierdoor is hij niet verbonden met Tao.

Vaak wordt gedacht dat demonen akelige wezens zijn die ons van buitenaf belagen. We moeten ze verslaan, of minst genomen op afstand houden en daarvoor moeten we sterk zijn.

De meeste demonen echter bevinden zich niet buiten ons, maar in ons. Ze vertegenwoordigen bepaalde onderdrukte verlangens, boosaardige gedachten of heimelijke wensen. Demonen leven in de schaduw van ons bewustzijn; zouden we ze onder ogen zien, dan bestaat het gevaar dat het (mooie) beeld dat we van onszelf hebben aangetast wordt.

Centraal voor de zoeker naar Tao staat het onderzoek naar de zuiverheid van zijn motieven om leven en dood te willen overstijgen. Wanneer deze voortkomen uit zijn persoonlijke wensen, begeerten, of ideeën, vormen ze blokkades.  Maar doordat hij zich eraan stoot, wordt hij zich bewust van hun bestaan. De zoeker naar Tao wordt allereerst geconfronteerd met zichzelf. Hij leert zijn blokkades onder ogen zien.

Op de Weg gaat hij er echter niet tegen strijden, maar hij tilt ze in het licht van de Teh. In dat licht, en door die kracht, worden ze geneutraliseerd. Uiteindelijk bestaat er dan geen wens meer om zowel het leven als de dood te overstijgen. Er is dan neutraliteit. En daarin worden zowel het leven als de dood, door de werking van de Teh, ‘als vanzelf’ overstegen.

Maar daar zit dan geen enkel persoonlijk voordeel meer aan. Bij het gaan van de Weg ‘sterven’ we: de mens die we eerder waren gaat figuurlijk ‘dood’ terwijl we letterlijk verder blijven leven.

Yin Xi hield zijn leerlingen het volgende voor:


Dood is voor hen dan als water in water laten verdrinken,

of vuur laten branden in vuur.

Maar leven en dood kunnen niet verdrinken of verbranden.

Leven en dood zijn net zo onbegrijpelijk als dat een paard armen zou hebben, of een stier vleugels.

Zulke dingen bestaan gewoon niet.

Yin Xi zegt eigenlijk: maak je toch niet zoveel zorgen, lach om al die angsten, probeer ze niet te beheersen door zelfzuchtige wensen. Zowel leven als dood hebben ieder hun eigen waarde.

Ze hebben een bedoeling, maar deze is zó groots dat het voor ons een mysterie is. Probeer dit te aanvaarden; laat alle persoonlijke ideeën los, dan ligt de Weg open.

Tot slot komt Yin Xi tot de kern:

Alleen wie de grote Tao praktiseert,

kan leven en dood overstijgen.

  2 Replies to “DE POORTWACHTER – 6 – HET LEVEN OVERSTIJGEN”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *