HET MIDWINTER RITUEEL DEEL 4

TWEEDE FASE: DE OOGST

.

.

De dalgeest sterft niet,

dit wordt het mysterieuze vrouwelijke genoemd.

Daodejing 6

.

HEMEL – MENS – AARDE

Het Midwinterritueel bestaat uit drie fasen: zuiveren, uitdragen en transmutatie.

Het terrein van de Tempel van de Hemel bestaat uit drie grote Tempels.

In iedere Tempel doorloopt de Zoon des Hemels – namens zijn volk – één fase van het ritueel. Op de foto hiernaast zijn de drie Tempels van bovenaf gezien.

Paleis van Onthouding, (l.o.)

Symbool voor de mens.

Fase van zuivering.

De Gebedshal¸ (m.b.).

Symbool voor de Aarde. Fase van de oogst.

Het Ronde Altaar (r.o.).

Symbool voor de Hemel. Fase van transmutatie.

In de vorige blog werd de eerste fase besproken. Daarin zuiverde de Zoon des Hemels – voor zijn volk – alles dat in het afgelopen jaar tussen hen en Tao in was komen staan.

Drie dagen bracht hij daartoe door in het ‘Paleis van Onthouding’. Aan het einde van de derde dag begaf hij zich naar ‘De Gebedshal’. In de koude, witte nacht liep hij door de verstilde rozentuin die tussen beide Tempels in ligt.

In de Gebedshal aangekomen doorwaakte hij vanuit de leegte van zijn hart de langste nacht van het jaar; en zijn geest daalde af tot de diepte van het mysteriewaaruit het was voortgekomen.

Toen de dag aanbrak maakte hij zich op om de tweede fase te voltrekken: het bidden voor een ‘goede oogst’.

Om te begrijpen wat hiermee wordt bedoeld geeft vers zes van de Daodejing inzicht:

.

De dalgeest sterft niet.

Dit wordt het mysterieuze vrouwelijke genoemd.

De poort waaruit het mysterieuze vrouwelijke voortkomt

wordt de wortel van hemel en aarde genoemd.

Continu is het.

Het lijkt wel alsof het bestaat.

Wanneer je het gebruikt, raakt het niet uitgeput.                                               

René Ransdorp

De adem van het leven

vloeit door een dodeloos dal

van magisch moederschap,

verwekt en draagt het zaad van het heelal,

gestalte van een wereld die geen einde kent,

adem waar mensen zich mee kunnen vullen:

hoe meer zij ervan halen, des te meer er blijft.

W. Bynner

.

DE DALGEEST

Lao Zi noemt de geest en het dal als één: ‘de dalgeest’. In het taoïsme ziet men in dalgeest een verwijzing naar de eenheid van Tao en Teh.                                                                                     Daarbij heeft ‘dal’ betrekking op het niet manifeste Tao; de oorsprong; leegte.

Met ‘geest’ wordt de werking bedoeld die van Tao uitgaat: de Teh.

Teh manifesteert zich als onvergankelijke creativiteit. Deze wordt in bovenstaand vers in de  ene vertaling genoemd: ‘Het mysterieuze vrouwelijke; de wortel van Hemel en Aarde’; en in de andere vertaling wordt over de Teh gesproken als een magisch moederschap.

Magisch, omdat deze moeder zowel het zaad is dat het heelal verwekt, (het Vader – Hemel aspect) alsmede de draagster is van de vrucht ervan (het Moeder – Aarde aanzicht).

.

DE GOEDE OOGST

De Zoon des Hemels doorliep in het Paleis van Onthouding de fase van zuivering. Hierdoor ontstond in hem – namens zijn volk – openheid

voor de kracht van Tao, de Teh.

In ieder mens ligt een zaad verborgendat nooit vergaat. Het is de vonk van Tao, het Hart in het hart.

De kracht die de Zoon des Hemels vanuit de Teh ontvangt spreidt hij uit over zijn volk, opdat dit zaad in hen kan ontkiemen. Het is in deze betekenis dat de Zoon des Hemels in de Gebedshal bidt voor een goede ‘oogst’.

.

DRIE DAKEN

In de bouw van de Gebedshal komt het getal drie steeds terug. De drie daken ervan hebben ieder hun eigen betekenis.

          Het bovenste symboliseert de hemel.

          Het middelste de mens.

          Het onderste de aarde.

Symbolen hebben altijd meerdere betekenissen. De drie daken kunnen daarom ook gezien worden als beeld voor de eenheid van macrokosmos, kosmos en microkosmos. De daken zijn met blauw geglazuurde pannen bedekt.

Deze symboliseren de werelden van ‘eenheid’ die vooraf gingen aan het bestaan van ons universum.  Uit deze eenheid is alles voortgekomen en zal er ooit weer naar terugkeren.

.

TAO IN HET MIDDEN

De middelste cirkel symboliseert Tao die in alles in het Midden is.

Deze eenheid wordt aan de binnenzijde van de Gebedshal uitgebeeld doordat de drie daken  daar één geheel vormen.

De rijke versieringen kunnen gezien worden als de vele ontwikkelingen die van Tao uitgaan.

Het bovenste dak wordt gedragen door vier pilaren, symbool voor zowel de vier seizoenen als voor de vier Tempels die daaraan zijn gewijd: die van de Zon, de Maan, de Aarde en de Hemel (zie de eerste blog van deze serie).

.

DRIE TRAPPEN – NEGEN TREDEN

De Gebedshal is geheel van hout gemaakt, zonder gebruik van enig ander materiaal. Dit drukt het Ene uit dat zonder Twee is.

De Tempel is toegankelijk via drie trappen; symbool voor de Weg die drie fasen kent.

Iedere trap bestaat uit negen treden.

Het getal negen wordt in het taoïsme beschouwd als heilig. Het is het enige getal waarvan de rekenkundige bewerkingen altijd weer tot negen herleid kunnen worden.

Er wordt ook gezegd dat de transformatie van het Niet-Zijn naar het Zijn, negen stadia omvat.

.

OPPERSTE VOLMAAKTHEID

De toegang tot ‘De Tempel van de Hemel’ bestaat uit een grote poort. Deze kan met twee deuren gesloten worden, twee om uit te drukken dat alles in onze wereld tweevoudig is. De deuren zijn geschilderd in de keizerlijke kleur rood. Iedere deur is versierd met negen rijen met ieder negen gouden knoppen. Negen maal negen wordt in het taoïsme gezien als het getal van opperste volmaaktheid.

Van Lao Zi wordt gezegd dat hij na 81 maanden zwangerschap geboren werd.

De Daodejing bestaat uit 81 verzen. De Gebedshal is één grote lofzang op het mysterie van Tao dat zich met de mens verbindt.

.

De Zonen des Hemels zijn niet meer.

De keizers die na hen kwamen waren veelal gewone mensen en hun midwinter ritueel veruiterlijkte tot bidden voor een letterlijke goede oogst.

Het innerlijke werk dat de Zoon des Hemels voor zijn volk verrichtte, werd na hem in de taoïstische kloosters voortgezet. Het bevat nog steeds drie fasen: zuivering, oogsten of uitstralen, en transmutatie.

Maar deze worden nu doorlopen door de monniken.

Door zuivering worden de vele bedekkingen van het Hart in het hart afgenomen, laag na laag na laag. De hoge vibratie van het Hart in het Midden straalt hierdoor ‘als vanzelf’ uit in de wereld. Alles dat daarin is en leeft wordt ontvangen in de harten van hen die ervoor open staan.

Een taoïstisch monnik zei over het werk in deze fase eens: ‘Wij werken hard voor de wereld en de mensen. Toch ziet men ons niet en heeft men hier geen weet van. In de tweede fase van de Weg wordt alles wat ontvangen wordt weer weggegeven – zonder ego-bedoeling. Zo dragen wij in stilte bij aan het wel-zijn van mens en wereld.’ 

.

DE UNIVERSELE WEG

De kracht van Tao is universeel, is niet aan tijd, cultuur of plaats gebonden. De landen rond de evenaar kennen geen seizoenen, dus ook geen midwinter.

Maar ieder mens die zijn hart zuivert van zijn vele ego-begeerten, schept de voorwaarden waarin het Hart in het hart kan resoneren in andere harten, ongeacht waar hij zich op aarde bevindt.

Deze arbeid wordt door vele mensen over de hele wereld verricht. Hierdoor ontstaat een fijnmazig netwerk dat de gehele aarde omspant, met op de kruispunten ervan stille lichten die altijd stralen. Dit helpt anderen om ook de Weg te gaan. Zo zal ooit ieder mens, en de gehele aarde getransmuteerd worden.

In het volgende – en laatste blog over dit thema – wordt ingegaan op het ritueel dat de Zoon des Hemels in de Ronde Altaar Tempel voltrok.

.

Wanneer een vorst in staat is Tao te bewaren,

zouden alle wezens zich spontaan onderwerpen.

Hemel en Aarde zouden zich verenigen,

en een zoete dauw doen neerdalen.

‘Als vanzelf’ zou deze in gelijke mate op alles neerdalen.

Daodejing 32

  One Reply to “HET MIDWINTER RITUEEL DEEL 4”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *